Bevrijding van de kosteloze borgsteller geldt ook voor de zekerheidsstellende medeschuldenaar
Jonge ondernemers hebben dikwijls niet voldoende kapitaal om investeringen te financieren. Daarom gaan zij leningen aan om bijvoorbeeld een voertuig aan te kopen. In veel gevallen vragen de kredietmaatschappijen dan ook nog een ‘borgstelling’ van een derde. Echter dient zeer voorzichtig en aandachtig te worden omgesprongen met het ondertekenen van dergelijke (verkapte) borgstellingen. In een recente casus liep het gelukkig goed af voor de ‘borgsteller’ in kwestie.
Jonge ondernemers hebben dikwijls niet voldoende kapitaal om investeringen te financieren. Daarom gaan zij leningen aan om bijvoorbeeld een voertuig aan te kopen. In veel gevallen vragen de kredietmaatschappijen dan ook nog een ‘borgstelling’ van een derde. Echter dient zeer voorzichtig en aandachtig te worden omgesprongen met het ondertekenen van dergelijke (verkapte) borgstellingen. In een recente casus liep het gelukkig goed af voor de ‘borgsteller’ in kwestie.
Casus
Ik werd gecontacteerd door een bejaarde dame (80+) die plots werd geconfronteerd met een beslag op haar pensioen.
Het bleek dat deze dame, op vraag van een familielid, die een tweetal jaar geleden een éénmanszaak wenste op te starten, destijds een leningscontract voor een nieuw voertuig in functie van die éénmanszaak had meegetekend.
De dame ging ervan uit dat zij tekende als pure borgsteller, zodat zij dus enkel kon worden aangesproken indien het familielid de lening niet meer kon afbetalen.
Een tweetal jaar later werd het familielid failliet verklaard. De lening van het voertuig kon bijgevolg ook niet meer worden afbetaald, waarna de kredietmaatschappij zich wendde tot de dame om de resterende schuld af te betalen.
Bij nazicht van de documenten bleek het echter dat de dame niet had getekend als borgsteller, maar wel als medeschuldenaar-ontlener.
Standpunten van de partijen
Op basis van artikel 176 van boek X van het Wetboek Economisch Recht bestaat de mogelijkheid om aan de rechter de bevrijding te vragen van de kosteloze borgsteller.
Eerste voorwaarde daartoe is dat er sprake is van een persoonlijke zekerheidssteller, waaronder een borgstelling evident valt. Daarnaast dient de borgstelling ook kosteloos te zijn. Dit is het geval indien de borgsteller geen enkel rechtstreeks of onrechtstreeks economisch voordeel heeft bij de borgstelling.
Het was ons standpunt dat aan beide voorwaarden was voldaan zodat de dame diende te worden bevrijd van haar borgstelling ten aanzien van de kredietmaatschappij.
Beoordeling door de rechtbank
De Ondernemingsrechtbank te Kortrijk verklaarde onze vordering niet toelaatbaar omdat de dame strikt gezien niet had getekend als borgsteller, maar als mede-ontlener. De bepalingen van artikel XX.176 WER zouden niet van toepassing zijn op mede-ontleners.
Tegen dit vonnis werd beroep aangetekend.
In beroep werd verder duidelijk gemaakt dat voormeld artikel betrekking heeft op alle persoonlijke zekerheidsstellers, waartoe ook de hoofdelijke medeschuldenaar die louter een zekerheid wilde stellen voor de hoofdschuldenaar behoort. Daarbij moet vooral de bedoeling van de zekerheidsstellende partij van naderbij bekeken worden. Indien deze enkel en alleen een borg – of zekerheidsstelling voor ogen had, kunnen de regels van artikel XX.176WER daarop worden toegepast.
De kosteloosheid van de borgstelling was nauwelijks voor interpretatie vatbaar gezien het duidelijk was dat de dame geen enkel voordeel had genoten van het voertuig en de maandelijkse afbetalingen ook nooit via haar rekening werden betaald.
Het Hof van Beroep te Gent gaf ons uiteindelijk gelijk en stelde dat moet worden nagegaan in hoeverre het krediet al dan niet in belangrijke mate werd aangegaan voor de eigen doeleinden van de medeschuldenaar.
In voorliggend geval bleek dit niet het geval te zijn gelet op het feit dat het voertuig enkel dienstig was voor het familielid die een éénmanszaak had opgestart, uit niets bleek dat de medeschuldenaar ooit enig nut had gehad van het voertuig en de domiciliëring ook niet via haar rekening was verlopen.
Het Hof nam ook aan dat aan de dame werd meegedeeld dat zij enkel optrad als borgsteller en niet als medeschuldenaar.
Het Hof stelde tevens dat duidelijk blijkt dat de dame geen enkel persoonlijk voordeel had genoten van de borgstelling zodat aan beide voorwaarden was voldaan om de bevrijding ten aanzien van de kredietmaatschappij uit te spreken.
Eind goed, al goed dus voor de dame.
Moraal van het verhaal
Indien u wordt gevraagd om in de bres te sprengen voor een familielid of kennis is het zeer belangrijk om na te gaan welke documenten worden voorgelegd. Indien u enkel optreedt als borgsteller, dient u geen overeenkomsten te tekenen als medeschuldenaar. Zo kan u zeker nooit in de situatie komen zoals hierboven beschreven.
Hebt u vragen over borgstellingen? Wordt u geconfronteerd met een kredietmaatschappij die lastens u invordert? Dan kan u mij contacteren!